• In Nederland zijn verschillende organisaties actief met de training van reddingshonden. Een globale verdeling is te maken in inzethonden en wedstrijdhonden. RHG 'Laot Kieke' houdt zich bezig het opleiden van inzethonden maar probeert de honden ook klaar te stomen voor een examen.

    De inzethonden kennen verschillende organisaties, elk met hun eigen eisen. Ze hebben hun eigen samenwerkingsverband of blijven autonoom.  Jammer genoeg is er nog steeds geen volledige samenwerking tussen alle Nederlandse inzethonden tot stand gekomen. Toch zou het gemeenschappelijke doel, nl het zo snel mogelijk terugvinden van een vermist persoon, voorop moeten staan. Vanaf 2019 is de rol van de SIN weer belangrijk als het gaat voor samenwerking met de politie.

    Een deel van de wedstrijdhonden traint volgens de richtlijnen van de NRHB (Nederlandse Reddingshondenbond) of de KNPV (Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging. Toetsing van de training is mogelijk middels een examen of een (internationale) wedstrijd. Het examenreglement is internationaal erkend. 

    Bij RHG 'Laot Kieke' ligt het accent op mantrailen. 

  • De bron van menselijke geur is het lichaam. Historisch gezien dacht men dat deze menselijke geur afkomstig is van alleen dode huidcellen en ademhaling. Echter inmiddels is aangetoond dat verschillende andere complexe componenten zoals erfelijkheid, leefomgeving, voeding en andere leefgewoonten maar ook genetische kenmerken ook een belangrijke rol spelen in het ontstaan van menselijke geur. Hierdoor heeft ieder mens zijn eigen specifieke, individuele geur, die hem onderscheid van alle andere personen. Menselijke geur is vergelijkbaar met vingerafdruk; beiden zijn uniek.

  • Mantrailen

  • De bron van menselijke geur is het lichaam. Historisch gezien dacht men dat deze menselijke geur afkomstig is van alleen dode huidcellen en ademhaling. Echter inmiddels is aangetoond dat verschillende andere complexe componenten zoals erfelijkheid, leefomgeving, voeding en andere leefgewoonten maar ook genetische kenmerken ook een belangrijke rol spelen in het ontstaan van menselijke geur. Hierdoor heeft ieder mens zijn eigen specifieke, individuele geur, die hem onderscheid van alle andere personen. Menselijke geur is vergelijkbaar met vingerafdruk; beiden zijn uniek.

    Een mantrailhond (man=mens, trail=spoor) volgt deze unieke geur. De werkwijze van een mantrailhond lijkt voor de buitenstaander op de werkwijze van de (traditionele) speurhond. De enige overeenkomst met de speurhond is dat de hond werkt in een tuig met daaraan een lange lijn en dat hij een spoor volgt. Bij speuren ligt de nadruk op het vervolgen van het geurspoor dat ontstaat uit de combinatie van menselijke geur en bodembeschadigingen.

    Bij het mantrailen orienteert de hond hoofdzakelijk alleen op het specifieke geurspoor dat een mens achterlaat. Voordat de mantrailhond start krijgt hij de geur van deze persoon aangeboden (een geurdrager). Deze persoonlijke geur hangt aan alle voorwerpen die deze persoon vastgehouden/gedragen heeft; bv kleding, sleutels, portemonnee of zakdoek.  

    Een goede geurdrager is van onschatbare waarde doordat deze ALLEEN de geur heeft van de vermiste. De praktijk wijst echter uit dat men bij een inzet vaak/meestal te maken heeft met een gecontamineerde (vervuilde) geurdrager. Meestal heeft de familie, politie of anderen de persoonlijke spullen van de vermiste doorzocht en in de handen gehad. Er zitten dan meerdere 'luchtjes' aan. Voor de geleider een moeilijke opgave te beoordelen of de hond de trail volgt van de vermiste of van degene die ook bv de portemonnee in handen heeft gehad.
     
    De mantrailhond heeft de opgave de specifieke geur te selecteren van de vermiste. Daarna het geurspoor opnemen en (blijven) volgen. Hij heeft geleerd deze specifieke persoonlijke geur te onderscheiden van allerlei andere omgevingsgeuren (match to sample). Bij mantrailing leert de hond zich te focussen op dit specifieke geurbeeld.
    Deze manier van neusgebruik wordt in verschillende landen door de politie toegepast. 

  • Vlakterevieren

  • Het zoeken van een hond naar vermiste personen in een moeilijk begaanbaar of onoverzichtelijk gebied heet vlakterevieren. Het kunnen bossen, heide of gebouwen zijn. De hond werkt zelfstandig en zonder lijn in de nabijheid van de geleider. Tijdens de training wordt de hond geleerd alleen te reageren op zittende of liggende personen. Staande en lopende personen worden genegeerd, omdat van deze personen wordt verwacht dat ze zich op eigen gelegenheid in veiligheid kunnen brengen. Het zoeken naar alleen een zeer specifieke persoon (zoeken met een geurdrager) vormt een extra demensie bij het vlakterevieren.

    Het vlakterevieren bestaat eigenlijk uit 2 aparte onderdelen, namelijk het opzoeken van en slachtoffer (het revieren) en het daarna aan de eigenaar duidelijk maken dat hij iemand gevonden heeft (het verwijzen). Dit laatste kan hij op verschillende manieren doen. De meeste bekende zijn:

    Bringselen:
    Vooraf aan de zoekactie krijgt de hond een soort halsband met handvat om (een Noors bringsel). Als de hond het slachtoffer heeft gevonden pakt hij het bringsel op/in zijn bek en gaat zo snel mogelijk terug naar de geleider. Deze neemt het bringsel af, waarna de hond via de kortste weg de geleider terugbrengt naar het slachtoffer. Deze manier van verwijzen is heel betrouwbaar, vooral voor honden die graag iets in de bek hebben. 

    Blaffen:
    Als de hond een slachtoffer heeft gevonden moet hij bij het slachtoffer blijven en aanhoudend blijven blaffen totdat de geleider de hond en slachtoffer gevonden heeft. Bij harde wind en grote afstand kan lokalisatie van de blaffende hond een probleem zijn.

  • Wat verwachten we?

  • Er wordt van de hond verwacht dat hij doorzettingsvermogen (gefocust blijven) heeft, een mate van hardheid, zich sociaal gedraagt en stressbestendig is. Deze mentale conditie wordt o.a. door training opgebouwd. Uiteraard behoort hij ook een lichamelijke conditie te hebben. Reddingshondenwerk is heel inspannend voor het team en moet zeker niet onderschat worden. Het is bekend bij warm weer dat de lichaamstemperatuur van de hond gemakkelijk kan oplopen tot 40°. Verantwoord reddingshondenwerk begint bij het welzijn van de hond.

    Aan de eigenaar worden ongeveer dezelfde eisen gesteld. Ook hij/zij dient stressbestendig te zijn, een goede lichamelijke conditie te hebben, maar ook binnen een team kunnen functioneren. Maar vooral ook niet onder tijdsdruk aanwezig te willen zijn bij de training.