• In Nederland zijn verschillende organisaties actief met de training van reddingshonden. Een globale verdeling is te maken in inzethonden en wedstrijdhonden. RHG 'Laot Kieke' houdt zich bezig het opleiden van inzethonden maar probeert de honden ook klaar te stomen voor een examen.

    De inzethonden kennen verschillende organisaties, elk met hun eigen eisen. Ze hebben hun eigen samenwerkingsverband of blijven autonoom, zoals RHG 'Laot Kieke'.  Jammer genoeg is er nog steeds geen samenwerking tussen alle Nederlandse inzethonden tot stand gekomen. Het gemeenschappelijke doel, nl het zo snel mogelijk terugvinden van een vermist persoon, zou voorop moeten staan.

    Een deel van de wedstrijdhonden traint volgens de richtlijnen van de NRHB (Nederlandse Reddingshondenbond), een door de Raad van Beheer erkende vereniging. Toetsing van de training is mogelijk middels een examen of een (internationale) wedstrijd. Het examenreglement is internationaal erkend (IRO-R). 

    Een ander deel van de wedstrijdhonden traint via de KNPV (Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging) het zoekhondenprogramma.
    Naast het neusgebruik mag van een reddingshond een basis gehoorzaamheid verwacht worden. De reddingshonden die in wedstrijdverband trainen verwachten meer van hun hond. Meestal wordt dan gehoorzaamheid als apart trainingsprogramma aangeboden.

    Bij RHG 'Laot Kieke' ligt het accent op mantrailen en vlakterevieren (met geurdrager). Tijdens de inzetten is namelijk gebleken is dat aan deze disciplines de meeste behoefte is. De praktijk wijst uit dat men altijd weet welke persoon vermist is waardoor men zeer gericht kan zoeken. Op deze manier vullen mantrailen en vlakterevieren elkaar prima aan.

  • De bron van menselijke geur is het lichaam. Historisch gezien dacht men dat deze menselijke geur afkomstig is van alleen dode huidcellen en ademhaling. Echter inmiddels is aangetoond dat verschillende andere complexe componenten zoals erfelijkheid, leefomgeving, voeding en andere leefgewoonten maar ook genetische kenmerken ook een belangrijke rol spelen in het ontstaan van menselijke geur. Hierdoor heeft ieder mens zijn eigen specifieke, individuele geur, die hem onderscheid van alle andere personen. Menselijke geur is vergelijkbaar met vingerafdruk; beiden zijn uniek.

  • Mantrailen

  • Een mantrailhond (man=mens, trail=spoor) volgt deze unieke geur. De werkwijze van een mantrailhond lijkt voor de buitenstaander op de werkwijze van de (traditionele) speurhond. De enige overeenkomst met de speurhond is dat de hond werkt in een tuig met daaraan een lange lijn en dat hij een spoor volgt. Bij speuren ligt de nadruk op het vervolgen van het geurspoor dat ontstaat uit de combinatie van menselijke geur en bodembeschadigingen.

    Bij het mantrailen orienteert de hond alleen op het specifieke geurspoor dat een mens achterlaat bij het zich verplaatsen (te voet, fiets, step etc). Voordat de mantrailhond start krijgt hij de geur van deze persoon aangeboden (een geurdrager). Deze persoonlijke geur hangt aan alle voorwerpen die deze persoon vastgehouden/gedragen heeft; bv kleding, sleutels, portemonnee of zakdoek. Zelfs de uitademingslucht opgevangen in een afsluitbare plastic zak is voldoende voor de mantrailhond. 

    Een goede geurdrager is van onschatbare waarde doordat deze ALLEEN de geur heeft van de vermiste. De praktijk wijst echter uit dat men bij een inzet vaak/meestal te maken heeft met een gecontamineerde (vervuilde) geurdrager. Meestal heeft de familie, politie of anderen de persoonlijke spullen van de vermiste doorzocht en in de handen gehad. Er zitten dan meerdere 'luchtjes' aan. Voor de geleider een moeilijke opgave te beoordelen of de hond de trail volgt van de vermiste of van degene die ook bv de portemonnee in handen heeft gehad.
     
    De mantrailhond heeft de opgave de geur te selecteren van de vermiste. Daarna het geurspoor opnemen en (blijven) volgen. Hij heeft geleerd deze specifieke persoonlijke geur te onderscheiden van allerlei andere omgevingsgeuren. Bij mantrailing leert de hond zich  te focussen op dit geurbeeld. Deze manier van neusgebruik wordt in verschillende landen door de politie toegepast. Er zijn ook honden die opgeleid zijn vermiste huisdieren op te sporen (pettrailing)

  • Vlakterevieren

  • Het zoeken van een hond naar vermiste personen in een moeilijk begaanbaar of onoverzichtelijk gebied heet vlakterevieren. Het kunnen bossen, heide of gebouwen zijn. De hond werkt zelfstandig en zonder lijn in de nabijheid van de geleider. Tijdens de training wordt de hond geleerd alleen te reageren op zittende of liggende personen. Staande en lopende personen worden genegeerd, omdat van deze personen wordt verwacht dat ze zich op eigen gelegenheid in veiligheid kunnen brengen. Het zoeken naar alleen een zeer specifieke persoon (zoeken met een geurdrager) vormt een extra demensie bij het vlakterevieren.

    Het vlakterevieren bestaat eigenlijk uit 2 aparte onderdelen, namelijk het opzoeken van en slachtoffer (het revieren) en het daarna aan de eigenaar duidelijk maken dat hij iemand gevonden heeft (het verwijzen). Dit laatste kan hij op verschillende manieren doen. De meeste bekende zijn:

    Bringselen:
    Vooraf aan de zoekactie krijgt de hond een soort halsband met handvat om (een Noors bringsel). Als de hond het slachtoffer heeft gevonden pakt hij het bringsel op/in zijn bek en gaat zo snel mogelijk terug naar de geleider. Deze neemt het bringsel af, waarna de hond via de kortste weg de geleider terugbrengt naar het slachtoffer. Deze manier van verwijzen is heel betrouwbaar, vooral voor honden die graag iets in de bek hebben. 

    Blaffen:
    Als de hond een slachtoffer heeft gevonden moet hij bij het slachtoffer blijven en aanhoudend blijven blaffen totdat de geleider de hond en slachtoffer gevonden heeft. Bij harde wind en grote afstand kan lokalisatie van de blaffende hond een probleem zijn.

  • Het uitzoeken van een gebied

  • Revieren houdt in dat de hond systematisch een terrein afzoekt.  Hier komt een stuk zelfstandigheid van de hond om te hoek kijken. Maar ook teamwerk met zijn geleider. Het is uiteindelijk de bedoeling dat de hond voor een groot deel zelfstandig zoekt. Als de geleider ziet dat een bepaald gebied nog niet goed is afgezocht dan dirigeert hij zijn hond alsnog in die richting. Belangrijk is dat de hond in contact blijft met de geleider; alleen op ‘jacht’ gaan is uit den boze. Ervaring van het team speelt in het zoekwerk een grote rol. 

    Bij een daadwerkelijk inzet naar een vermiste persoon werken de inzetteams vaak in groepsverband op een linie om een slachtoffer te vinden. Afhankelijk van de ervaring van de hondenteams en oa weersomstandigheden lopen de geleiders met hun honden, op een lijn en op een bepaalde afstand van elkaar en zoeken op deze manier systematisch een gebied af. Naast het feit dat de honden elkaar met rust moeten laten om zelfstandig te kunnen werken, is voor de geleiders kennis van kaart, kompas en gps een vereiste.

  • Wat verwachten we?

  • Er wordt van de hond verwacht dat hij doorzettingsvermogen (gefocust blijven) heeft, een mate van hardheid, zich sociaal gedraagt en stressbestendig is. Deze mentale conditie wordt o.a. door training opgebouwd. Uiteraard behoort hij ook een lichamelijke conditie te hebben. Reddingshondenwerk is heel inspannend voor het team en moet zeker niet onderschat worden. Het is bekend bij warm weer dat de lichaamstemperatuur van de hond gemakkelijk kan oplopen tot 40°. Verantwoord reddingshondenwerk begint bij het welzijn van de hond.

    Aan de eigenaar worden ongeveer dezelfde eisen gesteld. Ook hij/zij dient stressbestendig te zijn, een goede lichamelijke conditie te hebben en vooral binnen een team kunnen functioneren.